zaterdag, maart 18, 2006

De bondskanselière heeft zich over Klinnsman ontfermt. Iedere kritiek staat nu gelijk aan majesteitsschennis. Ook al komt die kritiek van Beckenbauer, die al jaren Kaiser heet. Nou ja, Franzl ging ook iets van 'mompel mompel euh-euh', en miste daarbij het roodwitgeblokte tafelkleed met allemaal vleesbaars erop in mandjes en op houten plankjes en tafelgenoten die het in dat hamsterwangenduits met hem eens konden zijn.

Of er een tijdperk ten einde gaat? Hoe moet dat nu met ons aanstaand koningspaar nu Oranje niet meer in oranje maar in republikeinse kleuren speelt? Wat voor een badpak trekken ze aan als ze aan de rand van het zwembad naar Argentinië - Nederland kijken? En dat Klinnsman Beckenbauer de mond snoert met de korte maar venijnige intikker, dat je overal kunt werken, is ook een teken.

Beckenbauer is als speler twee keer wereldkampioen geworden, waarvan een keer omdat Michels te beroerd was om Piet Keizer te laten invallen, en als trainer werd hij wereldkampioen met dank aan de KNVB. Het bestuur van de bond bestond toen ondermeer uit een corrupte varkensfokker uit Groningen, een verkrachter uit Utrecht, en een hoerenloper uit Arnhem. Of mijnheer Adidas daar persoonlijk langs is gegaan met de boodschap bloss den Kroejf nicht an zu stellen?
"Ja aber der Maradona dan?"
"Der kleine Dicke soll sich gefälligs zurückhalten, sonst werden wir einiges über ihm an die Presse erzählen"

Cruijff en Maradona voetbalde op Puma's, maar dit terzijde.

Beckenbauer dus en zijn onttroning. Ergens moet dat met een revolte van doen hebben. En ik vermoed dat het nieuwe elitaire gelijkheidsdenken op de internationale vliegvelden en hun direkte omgeving is ontstaan. Bij de incheckbalie zijn we allemaal gelijk, voor zover het de incheckbalie van de business class betreft.

De bovenste bazen van de Duitsele Bond heten Zwanziger en, als ik me niet vergis, Meyer Vorfelder. Zwanziger klinkt als een achteloos op de toonbank geworpen biljet van twintig juro, zo zijwaarts uit de losse pols, zonder het gezicht af te wenden van degeen met wie je confereert. Meyer Vorfelder klinkt als een bureau waar je ontboden wordt, voor de deur moet wachten, en, bij binnenkomst, nog eens moet wachten totdat de heer klaar is met zijn intercontinentale telefoonconferentie.

Beide boerenkinkelbazen bezetten ieder hun eigen hoek in de business lounge, van waaruit ze elkaar vuile blikken toewerpen. Nergens plaats voor d'r Franz. Wel voor Klinnsman. Als deze met de een spreekt, kan de andere hoek het allemaal via de videoconferentie volgen, en bij 'darf ich jetzt mal' richt de satelliet zijn stralen op de andere hoek.

Het verhaal eindigt niet hier. Er zit namelijk een begin aan. Der Jürgen zou in Nederland de perfekte jongensboekfiguur zijn. In Duitsland bestaan geen Bubenboeken. Daar ben je toch eerder de lustige wanderknaap, eentje die springend en zingend over de landespaden trekt en overal een glimlach en een liefdevolle blik ontmoet. De ontmoeting met de dochters die de dekbedden uitschudden worden in niet-beschreven passages beschreven. De volgende ochtend volstaat een nauwelijks waarneembare verandering van houding.

Voetballer Klinnsman was in zijn jonge Stuttgarter jaren de vrolijke wandersgezel bij uitstek, zoon van een schoenlapper bovendien. Hij juichte al voordat hij gescoord had, en als hij doelpuntte hingen plots in het hele Schwabenland de slingers op, en regende het confetti. Van die schoenlijm wordt je een beetje gaga. Goed. Volgen de onderhandelingen, en zie van het romantische Duitsland kun je direkt in de 21ste eeuw belanden, als je maar hard genoeg in al die nieuwe electronicasnuffigheid gelooft.
Op het 'wat drink je Jürgen' (verse orangesaft), volgt een ietwat veronzekerde reactie die snel gecompenseerd wordt met de bestelling van een sportief bier. Over de werkmethode zijn ze het snel eens. Die bevestigt het sacrale karakter van de palmtop en de handy en de laptop en al die andere apperaten waarvoor je (vet: Hà Hà) een universiteitsdiploma nodig hebt om alle functies te kunnen begrijpen(dubbelvet: Hà Hà), op welke grap Klinnsman niet reageert. Die ziet eindelijk het uur der wrake gekomen. Op het verplicht de Duitslandhymne zingen onder de douche, en al de eindeloze wedstrijdbesprekingen met video vooruit, terug, langzaam, beeldje-voor-beeldje, pauze, bla, reageert hij met het Californisch hoofdkwartier.
Wedstrijden ziet hij via de satellietantenne. Met zijn spelers spreekt hij over de telefoon. Voetballen kunnen ze al. Bij Beieren met hun Drie-en-een halve Duitser in de basiself moeten ze niet zeiken. En de twintigste eeuw is geschiedenis.

Ik weet het nog niet met die Duitsers.


Rinus