dinsdag, december 05, 2006

Inmiddels ben ik in Parijs aanbeland. En dan regent het. Straten reflecteren de neon, de café`s en restaurants gevuld, zit men aan kleine tafeltjes tegenover elkaar. Veel met de metro gereisd; de pas wordt sneller, zelfvertrouwen is een mantel die om je schouders wordt gehangen zodra je onder de grond verdwijnt. Niets dan hoofden en lichamen, ieder kijkt van zichzelf weg. Het Handkeaanse syndroom bekruipt me, te denken welke gedachten er in die hoofden omgaan. Veel gedachten worden verjaagd door geluiden. Veel kleine oorknopjes, kijken, stoppen en weer verder lopen. Verliefd op ieder model van de grote reclamefoto`s.

Ik zou naar de Eiffeltoren willen gaan, de Tuilerien, Versailles, plaatsen waarbij je je iets voorstelt. Ik merk dat ik zeker een paar duizend euro per maand op mezelf achterlig; het bord met het kopvlees, de salami ziet er net iets te aantrekkelijk uit. Honger om zeven uur `s avonds en net niet de 12 euro kunnen permitteren.

Ik loop en kijk naar de kerstverlichting, de lantaarnverlichting, de mooie noordafrikaanse vrouwen, de mooie vrouwen überhaupt, waarom? ze hebben donkere ogen, en het is warm waar ze lopen.

Arabische buurt, bananen en kebap, vlees in lichtbakken aan het trottoir, het silhouet van een gothische kerktoren achter de kleine gevels, dichtgetimmerde ramen, juist hier, iemand fluit, op de eerste wordt een gordijn opzij geschoven, een deur met bladderverf opent, de weg is afgezet, het trottoir onder een zandstorm verdwenen. De bar heet le soleil, mooi kapot, uren aan een tafeltje met een koffie, dat kan, maar dan liggen voor en na die uren andere uren.