donderdag, april 19, 2007

In Ljubljana hangt de geur van seringen. En, na al die dagen en winters en regens en luchten van Berlijn, is deze zomerse aankondiging ook weer zuidelijk, en daarom langzamer, gemoedelijker. Ik ben hier een paar dagen als gast van de DReaMKit-jongelui, die het Noise Fest hebben georganiseerd. De stad beviel me van meet af aan met zijn mixtuur van pastelkleurige einde eeuws goedburgerlijke gebouwen met hun franjes aan de gevels, de uitbouw, de torens, al wat de banketbakker in zijn stoutste dromen en in de vroegste uren uit zijn slagroomspuit tovert. Daartussen staan de betonnen titanen van Tito. Het is zoals altijd: als de gebouwen hun oorspronkelijke functie hebben verloren, worden ze weerloos.

Zo meteen moet ik naar het hoofdkwartier van de DR**MK**. Het ligt in een buurt die aan het spoor grenst, een buurt als wildgroei in een verlaten zone, waar de zaden van heinde en verre aanwaaien, door vogels worden gebracht en de meest gevarieerde plantengroei ontstaat. Het spoor is gewoon toegankelijk; je kunt het oversteken en ineens de verte van een zondagmorgen voelen. De toegang tot de achterhof van het station is door opzij gebogen kippengaas. Op het remplacement staan overleden spoorwegwagons, sommige uitgebrand, alle met grote opkrullende roestvlekken.

Ik schrijf wel een iets in het engels, hier, en af en toe verschijnen er foto's hier .Mijn bericht over een bezoek aan Heerlen is verschenen in de afgrond.

Morgen Italiƫ.