zondag, augustus 13, 2006

Een tijd lang was de vensterbank van mijn slaapkamer de plek waar mijn economisch bewustzijn zichtbaar werd. Ik werd daarbij geholpen door een Thailandees, mogelijk ook Vietnamees - ik heb hem of zijn vrouw nog niet zien dansen. Hij is de hele dag te vinden op hof twee, direct onder mijn slaapkamerraam. Aanvankelijk dacht ik uit zijn bewegingen op te maken dat hij marihuana of zo verkocht. Maar ik dacht dat omdat dat deel van mijn fantasie door de Nederlandse markt is verpest. Josephine maakte er illegale sigaretten van.

Inderdaad. De sigaretten worden op verschillende plaatsen in de struiken verstopt, en na iedere transactie naar een ander verstek gebracht. Ik volg zijn bewegingen vanaf drie hoog, zie hem om zich heen en ook omhoog kijken, en vervolgens een plastik zak in de okselholte van een vleesplant wegbergen. Ik verbeeld me dat al die bewegingen en het rondlopen een onzichtbare infrastructuur hebben geschapen, die gelijk is aan het straten- en stegenplan van een willekeurig dorp in zijn vaderland.

Voor zijn klanten is het ook spannend. Het zijn rokers. En als je ervan uitgaat dat de gemiddelde leeftijd van de roker rond de veertig ligt, bij uitersten van zestien en zesenzeventig, dan kun je aannemen dat de meeste klanten de DDR nog hebben meegemaakt. In de illegale transactie wordt een deel van de ondergrondse bedrijvigheid in het voormalige democratische Duitsland voortgezet.

Op de vensterbank lagen mijn munten, de grote en de kleine. In een klein tasje ernaast een twintig euro biljet weggestopt, want vrijliggend papiergeld staat slordig. Daarentegen hebben vrijliggende munten een magnetische werking. Helaas ook op de handen van een dief.

Dat was op woensdagochtend mijn bevinding toen ik opstond. Ik had alleen nog koperkleurig kleingeld. Mijn hart viel op de vloer en ging een eindje wandelen. Vier uur lang voelde ik me intens treurig. Gelukkig brachten Julian, met zijn verhalen uit de Australiaanse negorij, en onze nieuwe meebewoonster Maki met de verhalen over de klanken van Tokio, me weer terug.

Donderdag, Vrijdag, Zaterdag had ik optredens, die respectievelijk acht, negentwintig en weet nog niet hoeveel euro hebben opgebracht, (de drankkassa moet nog worden uitgerekend, daarna is het delen door tien, na aftrek van de benzinekosten). Ik kan weer een tijdje vooruit. Ik zou zelfs iedere dag een boek kunnen kopen. Voor 50 Cent. Alle zware Russen liggen rug aan rug in een houten bak. De boeken zijn solide en degelijk.

Mij wachten nog duizenden pagina's, want vandaag hoorde ik dat het de afgelopen winter heel koud was. Zo koud dat zelfs de neusharen bevroren.