zaterdag, juli 15, 2006

In Sachsen-Anhalt regende het. Ik zag het vanuit de trein. Regentranen stroomden langs het raam, en buiten was het groen, hier en daar een groepje huizen, dan Rathenau met zijn vervallen fabriekshallen. Vroeger was het hier DDR, en daar hoorde een bepaald leven bij, onmogelijk voor te stellen welk precies.

Het mooie aan Berlijn is dat het plots begint. Zo heb je bomen, zo heb je huizen. Dat is Spandau, de plaats waar de laatste overlevende uit het operettetijdperk het eeuwige leven scheen te hebben (geruchten willen dat het relict allang was afgereisd naar het Walhalla, en dat de Sovjets - meesters in het balsemen, immers - hem hadden opgezet, op een karretje gemonteerd en op gezette tijden door de tuin van het gevang trokken. Dat moet over dezelfde paden zijn geweest waar Speer zijn imaginaire wereldreis maakte. Iedere dag wandelde hij een paar kilometer naar de dag der vrijheid, en bedacht waar hij zou zijn aanbeland als het werkelijk een voetreis over de aarde zou zijn geweest.)


Dit zijn de eerste twee alinea's van het 'Berlijn', geplaatst in
  • de afgrond


  • rinus