woensdag, juli 05, 2006

Halverwege de eerste verlenging sprak Murat het uit. Hij wist dat ik voor Italia was. De jongens aan de tafel keerde zich bezorgd naar me toe, ook de man achter me tikte op mijn schouder: "Ist es Wahr?" Als hier voor de televisie de tover werd verbroken dan kon de wedstrijd wel eens verloren worden.

Dat was me eigenlijk na twintig minuten duidelijk. Toen hadden de Italianen de wedstrijd van zijn wereldkampioenschapluister ontdaan. Ineens was het een krachtmeting op internationaal niveau. En op het hoogste daarvan speelden de Italianen al jaren. Dat kon van de Duitsers niet worden gezegd.

Doordat ze de wedstrijd in de zak hadden, werd ook een ander beeld duidelijk. Goed, ik heb vijftien jaar in Italia gewoond, ik weet een beetje hoe het daar aan toe gaat. Ik weet hoe belangrijk het plein is. Ik weet ook dat iedereen gelijk is als hij 's ochtends zijn café met brioche neemt, of later op de dag zijn aperatief. Ik weet dat dan het leven even te voet geschiedt, dat oude en nieuwe bekenden worden begroet met een praatje, met armen en handen die koesteren en een gevoel van vertrouwen vermiddelen.

(Nu gelukkig ex-)Baas B. had de laatste jaren het plezier in Italia te zijn vergald. De spelers hebben me een plezierige herinnering bezorgd.
Al blijft een gevoel van een iets te gepeperde rekening hangen, want ook dat is Italia. De hele avond vriendelijk, maar aan het eind komt een rekening waar je bijna een hartstilstand van krijgt. En dan komt Del Piero nog om te zeggen dat het niet helemaal klopt.