zaterdag, juli 22, 2006

Een van de Poolse Versager is een ietwat zwijgzame Pool. Hij spreekt niet zo goed Duits, en als hij het doet worden zijn woorden door een zwaar accent onbegrijpelijk. Ik vertrouw hem toe dat hij thuis noest blokt op grammatica en alle Duden onder handbereik heeft. Zijn collega Versager moedigen hem zeer zeker aan om maar zoveel mogelijk Duits te spreken. En dan komt hij mij tegen, die uit reflex altijd 'wat?' zegt. Maar bij hem moet het. En het spijt me verschrikkelijk. Drie keer vraagt hij, ik vang een steekwoord op en zeg dat hij naar huis is.

(Dat was in een kleine Peugeot met een Pools nummerbord. Ik kon me goed voorstellen dat hij daarmee in een ruk tot aan Warschau zou rijden. Maar dan had ik een illusie niet moeten doorbreken. Ze stonden bij de geopende deur van de auto, luisterden aandachtig naar de radio. Ik dacht dat op zijn minst een van de twee tweelingen iets absurds zou zijn toegevallen, dat hij wellicht het slachtoffer was geworden van een aanslag uitgeoefend door een leeuwentemmer en een trapeze-artiest, en dat er nu revolutie was in Polen. Maar dat was niet zo. Hij reed gewoon naar huis om te eten.)

Dat was de andere Versager. Hun club is in de Torstrasse, staat vol met divans en gemakkelijke stoelen, mooie tapijten liggen op de vloer en er is iedere avond wel iets te doen. Gisterenavond waren wij er te doen. Huiskamersfeer, Marcel zat op het tapijt, speelde al zijn cassettebandjes via computerluidsprekertjes af en ik lag op de bank, want het weer en de antibiotica zijn krachtenslopend.

En weer eens een keer niks verdiend. De Poolse Versager met het versagende accent nam energierijk plaats achter de toonbank, klaar om entree te heffen. "Hoeveel is het?" vroeg hij. Vreemd genoeg verstond ik dat meteen. "Minimaal 70 cent en maximaal 1,20" "Also ein Scherz," oordeelde hij en liet iedereen voor niks doorlopen.