maandag, juni 12, 2006

Voordat ik de spijskaart op het buffet wilde bestuderen, vroeg ik de Thaise mijnheer die op mijn bestelling wachtte, hoe Mexico-Iran was geeindigd. "Drie-nul," zei hij. "Dat kan niet, het was 1-1 bij rust." Ik hoopte dat hij zich had vergist. "Drie - een, drie - een voor Mexico." Mijn teleurstelling moet bespeurbaar zijn geweest. Achter hem vroeg de kok, of ik soms voor Iran was. Iets in zijn stembuiging legde het compromiterende karakter van zo'n keus bloot.

Ja, shit, ik was voor Iran. Ik hoopte op die verrassing. Ik hoopte iets van het cliché van exotische sprookjes, oude gedichten, mooie vrouwen, eindeloos gedekte tafels, en gastvrijheid tot ver voorbij de horizon in hun spel te herkennen.

Mijn antwoord kwam een zwijgend moment later. In dat moment voelde ik spijt. Spijt erover dat door al de berichtgevingen over Neonazi's die voor Iran kozen, het genieten van het Iranees spel onmogelijk werd gemaakt. Ik was hier in Schöneweide, niet ver van naziskinoproerplaatsen, in een Thaise bistro. Ben dan maar eens doodgemoedereerd voor Iran.

De president wil komen. En in Duitsland roepen ze dat hij niet niet welkom is. En de mevrouw van de Joodse Bond roept dat het een tweede Hitler is. En het 68fossiel Cohn-Bendit roept ook iets, maar wat, dat ben ik alweer vergeten. Wat jammer dat Israel er nu niet bij is. Misschien had hun aanwezigheid voor tegenwicht kunnen zorgen. Wellicht in een groepsindeling met Iran, USA en Duitsland.



"Ze speelden goed voetbal," antwoordde ik nogal ontwijkend.


Rinus