zondag, juni 11, 2006

Ossi's telefoonshop is op vijf minuten afstand. Ik ga er iedere dag heen om mijn mails te checken, want er staan ook computers. Aan het raam worden sigaretten verkocht. De toonbank dient ook als bar. In de ijskast staat het bier koud, wijn is op de schappen uitgestald, zwaardere alcoholica achter de bar. Gisteren merkte ik dat het computerscherm op de televisie was aangesloten. Anders zijn daar de eindstanden van de telefooncabines af te lezen.

Ik liep 's middags even naar binnen. Engeland - Paraguay kijken. Rare schaduwen op het veld, van voetbal niet veel te zien. Bij die engelsen is het altijd hetzelfde amechtige gezwoeg, en omdat ze toch wonnen, hield ik het na vijftien minuten weer voor gezien, en ben een stuk gaan wandelen tot aan de Spree. Daar genoten van het industriele niemandsland, de wijde uitgestrekte vlakten, het scherpe licht op de verkommerende gebouwen die een half mensenleven geleden voorbeelden waren van moderne architectuur, van het soort staal, glas en beton.

Ik wist echter wel waar ik elfenbeenkust-argentinie zou bekijken en zorgde ervoor op tijd in de bar/teleshop te zijn. Er was nog een vriend van Ossi. Ossi is niet een oostduitser, die de halfverkozende verkleining tot bijnaam heeft verpersoonlijkt, maar de afkorting van Osman. Hij zou in 1978 een goede middenvelder zijn geweest voor Palemig-3.

De wedstrijd verrast ons. De vriend is een goedgemutste gast van een jaar of vijftig, snor, kalend. Zonder dat we het willen, kiezen we partij voor de elfenbenen. Bij de stand van 1-0 missen ze een enorme kans. Een kreet van ontzetting golft door de rijen - de snor en ik, omdat Ossi aan de andere kant van het scherm iets onder het buffet uithaalt voor een klant. Die klant is een dertiger, mouwloos en heeft een iets te strenge uitdrukking op het gezicht. "Voor wie zijn jullie eigenlijk?"
Voordat ik voor mijn beurt kan spreken, en elfenbeinküste kan zeggen, antwoordt Ossi opgeruimd, "nou voor allebei, het is een goede wedstrijd", waarop snor en ik bijna lachend uit onze stoel tuimelen.

De aspirant auslanderrausvriendelijke oostberlijner weet zich niet zo goed raad en houdt zich vervolgens een goede tien minuten bezig met het keuren van de Kinder-chocolade eieren, die in een doosje voor hem liggen. Hij neemt ieder ei op, rammelt eraan, sommige dicht bij zijn oor. Hij maakt uiteindelijk een keus. Wat de verrassing is, toont hij niet. Hij loopt met het ei de winkel uit.

Gedurende de wedstrijd vliegen flessen bier, cola en water over de toonbank. Een auto van de brandweer rijdt voor. Zijn zwaailicht mengt zich met het geflits op de tribunes. Sigaretten worden verkocht. Het scherm keert af en toe naar zijn tijdelijke ernst terug. Er is voor 74 cent getelefoneerd, voor 1,20. Twee klikken verder ligt Hamburg.

Ivoorkust scoort dan toch nog, en heeft tien minuten de tijd om gelijk te maken. Vijf minuten voor tijd komt een jonge Pool de winkel binnen. De winkel is trouwens al aardig vol met buurters die een stoel hebben genomen, bier drinken, en dingen zeggen die bierdrinkers zo zeggen. De Pool slaat de handen voor zijn gezicht. Hij heeft zich de hele dag geschaamd. "Dudek, had erbij moeten zijn," troost ik hem. Zijn antwoorden dreigen in het blikveld van een andere Turk naast me te komen, die hem uiteindelijk tot zwijgen maant door de hand op zijn onderarm te leggen. De wedstrijd duurt nog drie minuten, er kan nog gescoord worden.