woensdag, juni 28, 2006

In een weblog van verslaggever en columnist Bert Wagendorp van de Volkskrant werd bericht van een telefonade uit Duitsland. Aan de lijn was een journalist en de journalist had iets geconstateerd wat ook de andere journalisten niet was ontgaan.
Het risico van constaterende journalisten is dat ze hun observaties journalistiek verantwoord vinden en de verbrijding (opzettelijk 'fout' gespeld) ervan verdedigen met het beroep op 'vrijheid van meiningsuiting'.

(Het begrip meningsuiting is aan ernstige revalidatie toe, maar dit terzijde)

Gevolg van zo'n zeepbelbericht is dat het niet zozeer om de inhoud ervan gaat, maar indirect toch wel. Want, zoals vanouds, in de media gaat het enkel om de media.

Zo.

Media is meervoud van medium. Een medium in religieus/spirituele zin is de persoon die tussen het bovenmenselijke en de mens staat. In die werelden gaat het doorgaans over God, dus over iets dat buiten de mediator staat, maar waartoe de mediator toegang heeft.

Een medium in artistieke zin is de persoon die tussen zijn talent en zijn 'geestesprodukt' staat. Die zijn echter bijna uitgestorven (lees, komen niet aan bod). En vervangen door de hype, maar daarmee zijn we weer terug bij de journalist

De medianen (laat ik zo de vertegenwoordigers van de media noemen) hebben niet de beschikking over zo'n bovennatuurlijk iets. Daarom leidt de omweg naar zichzelf over een gefingeerd bericht. Het resultaat, zoals ik net al schreef, is dat de mediatoren het alleen over zichzelf hebben.

Het resultaat is ook anders.

In een commentaar op het artikel beschreef ik de touristen die naar het Nederlands Elftal komen kijken. Ik vind dat die touristen beter thuis kunnen blijven, omdat je er als elftal, als toeschouwer en als voetballiefhebber niets aan hebt.

Maar goed, ze zitten er wel. En ze zitten er om het over zichzelf te hebben. Daarom moeten ze zich allemaal in een raar pak hijsen en vooral gezien worden. De verbinding met het gebodene is er niet, anders zou hun meeleven zich wel in supporterlijk gedrag uiten.De verbinding met de camera is er daarentegen wel, en dat blijkt keer op keer.

Maar goed, de meeste voetballers doen ook mee om zichzelf in de videoclip erna te kunnen bewonderen. Van Persie is zo'n voetballer die voortdurend de meesnorrende camera in zijn achterhoofd heeft; zijn evenbeeld Cristiano Ronaldo trouwens ook.

Het moet er allemaal goed uitzien.

Daarom klinkt nadat Italie de kwartfinale bereikt de evergreen van Adriano Celentano. Daarom klinkt na negentig minuten Schweiz- Okraina de bumbumversie van het Doris Day lied. Het klinkt zo hard dat ik de televisie het zwijgen opleg, zoals de decibellen ook de laatste supporters de mond snoeren.

Noem het sfeer, noem het gezellig, noem het wat je wilt. Ik noem het verachting.
Maar ik zal zo snel niet meer een stadion bezoeken, zeker in Duitsland niet, waar de bediener van de geluidsinstallatie een krankzinnige is.En waar in alle hoeken een gigantoscherm hangt, waarop je samen met de spelers nog eens de herhaling kunt bekijken.

Rinus