woensdag, mei 10, 2006

Wie met oranje helmen speelt zal zijn verleden verbranden. Alles gebeurt in de krant of op teevee. Toen de gag met de oranje plastik staalhelm werd bedacht, moest er natuurlijk ook een schandaal volgen, anders verliezen die dingen hun cabaretteske subversieve karakter en kun je ze ook niet verkopen. Uit het niets klonk het weerwoord van de verkoper: “als de Duitsers problemen met die helm hebben betekent dat dat ze hun oorlogsverleden nog niet hebben verwerkt.“

Hoe zou die dat nu bedoeld hebben. Domme vraag. Binnen een mum van tijd waren de helmen uitverkocht. Moet kunnen. Mijn Duitse vriendin die op haar slaapkamer een kleine pappie-in-wehrmachtuniformfoto heeft opgehangen, vindt een met plastik staalhelmen uitgedost oranjelegioen grappig. Dat betekent dat er zeker één Duitse haar oorlogsverleden heeft verwerkt, ook al is ze ver na haar oorlogsverleden pas geboren. Maar misschien betekent het ook gewoon niets; ze schiet tenslotte ook al in de lach als ze het woord `teletoeters´ uitspreekt.

Als Nederlander zijn we nogal verwend. Nooit gezeik aan de kop gehad; Indonesie hebben we verloren toen de publieke opinie nog niet bestond en Suriname interesseerde ons gewoon geen zier. Wat nog? Een vermoorde nicht die dolblij zou zijn geweest als hij zich in een strak SS-pak had kunnen uitdossen en een kippenneuker wiens moord à la ‚uit de hand gelopen caféruzie’ wereldnieuws werd. Ons oorlogsverleden zal niet de komende zomer bij de zoveelste Nederland - Duitsland op de proef worden gesteld. Dat gebeurt pas als Chavez de Antillen annexeert.

Het gebeurt ook niet nu blijkt dat wijlen Lou de Jong zijn geschiedenis van de Nederlanden tijdens de tweede wereldoorlog met rooskleurige inkt heeft opgeschreven. Het is allemaal niet waar wat er staat, roept de historicus, die dus en passant van moralisme wordt beschuldigd.

„Ah joh“

Je zult maar je hele naoorlogse leven lang Lou de Jong zijn geweest. Zijn kantoor was zijn werkplaats en zijn werk was zijn leven. Fijn kantoor trouwens daar aan de Amsterdamse Herengracht. Bij het betreden ervan kon hij zich iedere morgen revanchistisch verkneukelen. Het pand behoorde voor de oorlog toe aan de Dresdener Bank. Toen Dresden na de oorlog niet meer bestond, heeft Nederland de zorg over het pand op zich genomen.

Hij heeft twee en twintig jaar lang de hele geschiedenis op zestienduizend pagina’s opgeschreven. Dat betekent dat hij er twee en twintig jaar lang dag in dag uit mee bezig is geweest, een tijd waarin een pasgeboren baby volwassen wordt en het huis verlaat. Stel je voor dat hij zich om al dat klotenieuws had bekommerd. Dan zou hij dag in dag uit ronduit slechte mensen hebben ontmoet: op weg naar de tram, of bij het stoplicht naast hem op de fiets, bij de bakker en bij het postkantoor, gewoon op straat of op bezoek bij de koningin: allemaal lui die hij moest wantrouwen! Daar word je pas chagrijnig van.

De heer De Jong is een voorloper van een ideologie die al jaren zijn witte tanden toont. En misschien kan zijn wijze van geschiedschrijven deze voeljegoed-ideologie verklaren.

Want.

Als hij zich de godganse dag chagrijnig moet voelen omwille van een pokkevolk dat zijn buurman verkoopt voor een symbolisch zilveren kwartje – want het waren er dertig, dat ook al zo´n symbolisch getal is, als het om verkopen gaat – dan zal de geschiedenis die hij schrijft de afstammelingen van dat pokkevolk met een behoorlijk zware moralistische last opschepen. Hij verbeterde de wereld en begon bij zichzelf: geschiedschrijven is schrappen. En ergens staat hier ook het woord `verheffen.`

Moralistisch is trouwens gewoon een ander woord voor humeurig. Chagrijnig word je bij verlies. Het winnen van het wereldkampioenschap is historische noodzaak. Dat wisten ze in 1954 al, maar dat is een andere Geschichte.


rinus