woensdag, mei 17, 2006

Ik was er natuurlijk bij toen de toekomst van het voetbal zich aandiende. Het geschiedde in die dagen dat ik in een auto over de Overtoom in Amsterdam reed. Vreemde geluiden warrelden uit de radio. Het waren raadselachtige geluiden bovendien: een mengsel van stemmen en gejuich dat door de wind werd verwaaid en een brallerige stem, dronkaards zo eigen, die daarboven uitsteeg. Na een poos nam de radioverslaggever over en werd het weer rustig in de ether. Ik bleek naar een verslag van de Ajax huldiging op het Leidseplein te hebben geluisterd. Het Leidseplein bevond zich op exact honderd meter afstand. Mogelijk dat de daarvan doordringende geluiden zich met die van de radio hadden gemengd.

De toekomst van het voetbal zag er uit als gigantische luidsprekers die aan de rand van het veld in het Olympisch stadion waren opgesteld. Ze waren naar het publiek toegekeerd en de volumeknoppen stonden open. Om met je buurman te praten moest je direct in zijn oorschelp schreeuwen, met het gevaar blijvende oorschade te veroorzaken. De geluidscoulisse was nodig geacht om het publiek, consument immers, met de nevenproducten van het marketingconcept 'voetbal' te verblijden. De gehele eerste helft van de wedstrijd bleef dat publiek vervolgens muisstil, murw gebeukt door de decibels.

Ik heb wekenlang gedroomd dat er bekende nederlanderbloed door mijn aderen stroomde en dat ik op een avond te gast zou zijn bij de domste mensen van nederland show, en dat aan dezelfde tafel, pal naast Jan Mulder, Michael van Praag, de toenmalige voorzitter van Ajax zou hebben gezeten. Als Michael antwoord moest geven op een kritische vraag, dan zou ik van onder de tafel een 2 x 150 Watt gettoblaster hebben genomen, en die voor me hebben neergezet. De luidsprekers naar de voorzitter gericht, de volumeknoppen open, het lied blazend waarvoor Freddy nu al sedert zijn dood in de Hel moet branden, de arme.

De geluidsinstallatie is nu het belangrijkste bestanddeel in een stadion. De Duitse bekerfinale was op televisie. Tot aan het moment van de aftrap klonk het lied 'Volare' van de Gypsie Krampen. Voet op de bal, bal op de middenstip, volume op honderd. Volare was uitgekozen, omdat supporters al een jaar of tien hun idool toezingen op de melodie van dat lied, mocht zijn naam uit drie lettergrepen bestaan: A-Le-Beek O-Hooo.

Die Gypsie Keutels en hun namaakzigeunermuziek vormen een natuurlijke grens: overal waar hun gebandolero schalt, is het zaak weg te blijven. Ik begrijp trouwens niet dat er nooit een zigeunerjongen uit zijn kamp is weggeslopen met een mooi vlijmscherp mes om bij de Gypsie Kelen de stembanden door te snijden. Misschien gebeurt dit nog. Het hoeft niet. Dezelfde zigeunerjongen mag voor mij ook de geluidskabels doorsnijden. Misschien wordt het dan weer gezellig in het stadion. Bayern won. En bij ieder doelpunt dat ze scoorden, bezette onmiddellijk een geluidsdreun alle rangen.

Bayern won ook de landstitel. en ook dat moest gevierd worden. Podiumpje. Hossen op zijn FACup's. Confettikanonnen. Sjaaltjes en natuurlijk de geluidsinstallatie met Freddy's volklied. Na vijf minuten had de helft van het publiek het stadion verlaten. Op het podium stonden kleine kinderen. Ze hielden de handen tegen de oren.

rinus