zaterdag, maart 04, 2006

Het naspelen van veldslagen is een hobby die redelijk veel plaats innneemt. Anders dan bij modeltreinen - waar de keuze beperkt is - kun je er een fijn uniform bij aantrekken. Of veldslagen ook op een schaal van 1:1 worden nagespeeld weet ik niet. Ik heb zoiets wel eens gelezen in een boek. Dat boek was hilarisch bedoeld. Mogelijkerwijs was die jaarlijks nagespeelde slag uit de burgeroorlog beschreven om scouts uit Hollywood te overtuigen.

De veldslag die wordt gevoerd in een speciaal daarvoor ingerichte kamer vindt plaats op een grote tafel. De veldheer beweegt zijn troepen met een soort bezem, waaraan de haren ontbreken. Bezoekers kleden zich als staatsman en krijgen uitleg.

Lippi doet hetzelfde. Hij heeft geen krijt en bord nodig. De spelers staan om het groene veld. Hun evenbeelden in lood worden door Lippi's hand en stok bewogen, redelijk snel. De tegenstanders zijn van plastik. Bij de geringste aanraking tuimelen ze om. Het spel van de Italianen is wars van taktische kunstgrepen.

Lippi was als voetballer een stopper, in een tijd waarin hij als rots in de branding de stormen kon weerstaan en met luide stem zijn manschappen beveelde stand te houden.
Hij zwijgt nu, en kijkt wetend naar zijn elftal.
De instructies zijn eenvoudig.

Als we Italië in de finale treffen, dan doen van Basten en van 't Schip er goed aan de video van Juventus - Ajax, de finale van Rome te bekijken. En te zien hoe Torricelli na twee minuten Bogarde doormidden schopte, en ook om te zien hoe Conte de verbouwereerde Reiziger een oorvijg gaf. (Kluivert viel twintig minuten voor het einde in, en liet met een paar acties zien waarom een paar jaar later Fiorentina - met Torricelli - jammerlijk zou degraderen)

Torricelli heet nu Daniele DeRossi, en Conte heet Camoranesi. Allebei zijn veel betere voetballers dan hun voorgangers, maar het effect blijft hetzelfde. Erop en erover.